
 |
Morning Glory
| Botanische naam: Ipomoea violacea
Beter bekend als: Morning Glory, klimmende blauwe winde
Familienaam: Convolvulaceae
Oorspronkelijke groeiomgeving: Midden-Amerika
Er bestaan wel meer dan honderd verschillende Morning Glory varianten die allemaal vrij veel op elkaar lijken allemaal even prachtig bloeien. Maar van slechts een paar van deze varianten bevatten de zaadjes de aan LSD gerelateerde stof LSA (Lysergic Acid Amide, een natuurlijke tryptamine). Zij vallen onder de soortnaam Ipomoea violacea en enkele van hun (populaire) namen zijn:
- Flying Saucers
- Pearly Gates
- Blue Star
- Heavenly Blue
Door de ontdekking van de aanwezigheid van LSA in de zaden van de Morning Glory is het recreatief gebruik ervan als hallucinogeen in de Westerse wereld enorm gestegen. In feite werden de zaden daarvoor al eeuwenlang gebruikt in vele Mexicaanse culturen. Spaanse ontdekkingsreizigers rapporteerden halverwege de 16e eeuw al over het ‘goddelijke’ gebruik van bepaalde uitgerekte, hoekige, zwarte zaden die de lokale bevolking (waarschijnlijk de Azteken) ‘Tlitlitzin’ noemden. Tlitlitzin betekend in de taal Nahuatl ‘zwart’. Pas rond 1900 werd ‘Tlitlitzin’ officieel geclassificeerd als Ipomoea violacea.
Ook nu nog zijn er in Zuid-Mexico nog enkele Indianenstammen te vinden bij wie de zaden van de Ipomoea violacea ritueel worden gebruikt en een belangrijk deel van het leven uitmaken. Zo is van sommige Zapotec Indianen uit het Oaxacagebied in Mexico bekend dat zij zowel de Turbina corymbosa (in het Nahuatl Ololiuqui genaamd) een andere Morning Glory variant waarvan de zaden LSA bevatten, als de Ipomoea vialacea gebruiken voor medicinale en religieuze doeleinden. De zwarte zaden van de I. vialacea worden macho, mannelijk, genoemd en de zaden van de T. corymbosa, die bruin en rond zijn, worden hembra, vrouwelijk, genoemd. En zo is het ook: de zwarte zaden zijn voor de mannen, de bruine voor de vrouwen. Anders dan tijdens een Teonanácatl (psylocibine paddestoel) ritueel of Peótl (Peyotecatus) ritueel, worden de Morning Glory rituelen meestal individueel ervaren. De trip is dan ook meer bedoeld om inzicht te krijgen in een bepaald persoonlijk probleem dan om in religieuze extase te raken. Ook gebeurt het dat een sjamanistische heler een patiënt de zaden ter consumptie geeft. Uit wat de patiënt zegt zodra deze onder invloed is – gelooft wordt dat niet de patiënt op dat moment, maar de ‘plantenkinderen’, de bador, spreken – probeert de sjamaan vervolgens op te maken er met de zieke aan de hand is.
Niet zelden word de Ipomoea violacea, dankzij haar snelle groeipercentage en wonderbaarlijke zaadproductie benadert als een invasief en daardoor maar lastig onkruid. Maar met de schoonheid van haar prachtige bloemen heeft zij echter al menig botanicus-hart voor zich weten te winnen. Dat heeft ertoe geleid dat de Ipomoea violacea nu uit verschillende gekweekte soorten bestaat. En zoveel soorten als er zijn van de Morning Glory, zoveel namen doen de omloop. Soms zelfs een aantal per aparte soort. De Zapoteekse Indianen bijvoorbeeld, noemen de zaden van de Ipoemoea violacea ookwel Badoh Negro. Maar in het Zapoteeks worden ze Badungas genoemd. De Chinanteekse en Mazateekse Indianen uit hetzelfde Oxacagebied houden het op Piule. Ook gehoord: Semilla de la Virgen (zaad van de maagd) en Hierba María (Maria’s kruid).
De Ipomoea violacea komt uit dezelfde familie als de Argyreia nervosa (Hawaiian Baby Woodrose). Ook de zaden van deze plant bevatten LSA. |  Ondanks dat deze 1-jarige plant het liefst een warme omgeving heeft, groeit hij ook uitstekend in een wat kouder klimaat. Plant de zaden (voor een vlotte ontkieming eerst 24u weken in water) na de laatste vorst op een zonnige plek. Het is van belang dat dit een plek is waar de I. violacea geen andere planten kan lastig vallen en vrij kan klimmen (bijvoorbeeld naast een schutting). Bewater de zaden goed en af en toe een beetje bijmesten kan ook geen kwaad.
De Ipoemoea violacea krijgt in de zomermaanden geweldig mooie bloemen in de vorm van een trompet. De bloemen kunnen verschillende kleuren aannemen, van wit tot rood en van paars tot blauw. Het zijn snelle groeiers en zo’n zes weken na het ontkiemen kunnen de eerste bloemen al verschijnen. Dan wordt ook het karakter van de soort pas duidelijk:
- Flying Saucer staat bekend om zijn 10 cm grote bloemen, die lila tot hemelsblauw kleuren en witte strepen vertonen.
- Pearly Gates is het showdier onder de vier soorten: het is een krachtige klimmer, die massa's zuivere witte bloemen met een gelige schaduw in de keel kunnen produceren.
- Blue Star heeft lichtblauwe bloemen met strepen in de vorm van een ster, en een goudgele kelk.
- Heavenly Blue tot slot is de meest populaire variant onder recreatief gebruik (de concentratie LSA is in de zaden van deze variant het hoogst) en wordt minder vaak gekweekt dan zijn drie bovengenoemde broertjes. Maar wanneer dat wel gebeurt verschijnen er in de bloeiperiode prachtige felblauwe bloemen met gele keeltjes.
Als de bloemen verdwijnen vormen zich ronde zaadbollen die vol zitten met het kleine zwarte zaad. Knip deze bollen op tijd af als je de plant op zijn plek wil houden: de bollen ‘poppen’ na een tijdje vanzelf open om zo het zaad te verspreiden. Voor je het weet is je hele tuin een Morning Glory paradijs! (Wat overigens een prachtig gezicht is!)
| | 
| | Menu: Zaden (kiemkrachtig) / Zaden (kiemkrachtig)
|
|
|